VECHTSPORT | Jasmijn Kleinhout
naar WK
'Van ballet naar hapkido was kleine
stap'
door Erik Winkster
MOORDRECHT | Toen Jasmijn Kleinhout nog een
klein meisje was en heur haar in vlechtjes droeg, droomde ze van een carrière
als ballerina. Tien jaar maar liefst deed ze aan klassiek ballet, maar op het
moment dat ze echt moest kiezen voor de gang naar de dansacademie, zei ze de
wereld van de pirouettes en spitzen vaarwel. En kwam ze op 16-jarige leeftijd
terecht in de sportschool. Bij het hapkido om precies te zijn, een Koreaanse
verdedigingssport.

Jasmijn Kleinhout houdt haar vriend Robert op bekwame wijze in
bedwang.
(foto Martin Droog)
"Van ballet naar een vechtsport lijkt een grote
stap, maar was in feite een kleine", legt de sinds een jaar in Moordrecht
woonachtige Kleinhout uit. "Dansen vereist een goede lichaamsbeheersing, het
hapkido ook."
In het (bijkans ondoordringbare) woud der oosterse vechtsporten is hapkido een
niet-olympisch onderdeel. "De olympische status is er helaas nog niet, maar ik
weet dat er hard wordt gewerkt om daarin verandering te brengen", weet
Kleinhout, 23 jaar inmiddels, die haar dagelijks brood verdient als lerares op
de basisschool De Regenboog in Waddinxveen.
"Ik doe ook al vele jaren aan taekwondo gedaan, maar op een gegeven moment was
het volledig gaan voor twee sporten niet meer te combineren. Ik doe het
taekwondo erbij, maar niet meer topsportgericht. Dat doe ik wel met hapkido,
omdat ik vind dat, en dat zullen de beoefenaren van het taekwondo uiteraard niet
met me eens zijn, hapkido mooier is. Het is breder, gaat zoveel verder."
Knuppel
Is taekwondo een op de aanval gerichte fullcontact-sport, het hapkido is
daarvan eigenlijk het tegenovergestelde. "Het is met lege handen aanvallen
afslaan en daarbij maak je gebruik van de kracht van de tegenstander, die op je
afkomt met een knuppel, een mes of zwaard. Er komt bij onze sport gelukkig geen
fullcontact aan te pas, anders zouden er doden vallen."
"Je studeert met een vaste partner bepaalde technieken in. En als het goed is
gaat dat dan zo snel, dat het door het blote oog niet van een echte aanval is te
onderscheiden", zegt de in het plaatsje Varik (nabij Tiel) opgegroeide
Kleinhout, die driemaal op rij nationaal kampioene werd en mede door die
prestatie door bondscoach Martin Zingel is geselecteerd voor het Nederlands
team, dat half augustus z'n opwachting zal maken op het WK in Seoel.
Ook Greg Bienkowski (Heesselt), Oscar Klarenbeek (Utrecht), Annie Jacobs
(Waardenburg), Wilco Boeschoten (Rossum) en haar broertje Auke Kleinhout (Varik)
gaan namens Nederland naar de Zuid-Koreaanse hoofdstad. Alwaar ze samen met haar
partner Oscar Klarenbeek een demonstratie van welgeteld anderhalve minuut ten
beste zal geven, alsmede een groepsoefening.
Het wordt voor Jasmijn Kleinhout overigens haar eerste optreden buiten de
landsgrenzen. "Spannend ja, en ook leerzaam. Mede omdat we na het toernooi zelf
nog een weekje blijven en daar dan trainingen krijgen van de grootmeester Do Ju
Myung Sung Kwang. Dat is een mondvol, maar we noemen hem gewoon Myung, uit te
spreken als mihoen. Die man heeft de achtste of negende dan. Met mijn zwarte
band (eerste dan) heb ik dus nog een lange weg te gaan."
En hoe goed Jasmijn Kleinhout en al haar collega's ook moge zijn, alle trainers
hier in het land èn daarbuiten hebben één gouden stelregel. "En dat is dat àls
je ooit op straat tegenover een idioot komt te staan, het de zeer sterke
voorkeur geniet om hard weg te lopen als dat ook maar eventjes kan. Ten eerste
is vechten voor de dommen, ten tweede is de kans om tegenover een lomperik met
een mes ongeschonden uit de strijd te komen vrij gering."
Waarvan akte.