Varikse tuinbouw voor de Tweede Wereldoorlog
Uit: Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe
door Ron van Maanen
Over de tuinbouwgeschiedenis van Varik is maar weinig bekend. De tuinbouw lijkt - uitgezonderd de fruitteelt in Varik weinig voor te stellen. In de bewaard gebleven correspondentie is echter sprake van tegenstrijdigheden. Dan weer stelt het niets voor, dan weer is er sprake van enige uitbreiding. Opvallend is dat het steeds gaat om de aardbeienteelt; iets wat bijvoorbeeld ook in de buurgemeente Est en Opijnen van toenemend belang was.
Er zijn twee 'vreemde' zaken. Allereerst wordt met geen woord gerept over de druiventeelt in de gemeente (zie 1) en ten tweede is er een foto uit de jaren dertig die glastuinbouw in Varik toont. Deze foto suggereert dat er sprake is van een glastuinbouwbedrijf dat aan meer dan één persoon werk bood. En dat is weer tegenstrijdig met de gegevens uit 1938 waarin sprake is van vier tuinders met zeer kleine bedrijven. Een steunaanvraag uit 1941 geeft echter een indicatie van wie dat bedrijf kan zijn geweest.
De landbouwverslagen
Jaarlijks rapporteerde de burgemeester aan de provincie hoe het met de landbouw in zijn gemeente was gesteld. Deze rapportages verschillen per gemeente qua inhoudelijke kwantiteit en kwaliteit. Daar waar Ophemertse burgemeester diep inging op de diverse appel- en perenrassen, bleef de Varikse burgemeester oppervlakkig. Ik heb voor Varik alleen die gegevens overgenomen die betrekking hebben op de tuinbouw.
In 1929 was sprake van een
gestage ontwikkeling van tuinbouwcultures onder glas. Het jaar daarop was de
uitbreiding van de glastuinbouw in feite gestagneerd. Tuinbouw was geen
hoofdmiddel van bestaan, maar leverde wel neveninkomsten op. Over het algemeen
kon worden gezegd dat 1930 minder gunstig uitpakte dan 1929. In een opgave van
landbouwgronden wordt, op een uitzondering na, nergens tuinbouw apart vermeld.
Wel zijn enkele percelen bouwland in gebruik als boomgaard. Voor 1931 en 1932
vinden we dezelfde gegevens als voor 1930. Over 1933 komen we iets meer te
weten. Weliswaar is de tuinbouw nog steeds van weinig betekenis, maar de
aanplant van aardbeien en de glastuinbouw zijn iets toegenomen. Noemenswaardig
was het volgens de burgemeester echter niet. Vreemd genoeg weerspreekt de
burgemeester zich in het verslag over 1934. Hij schrijft dan dat de tuinbouw de
laatste jaren in de gemeente Varik begon uit te breiden en dan voornamelijk door
het verbouwen van aardbeien. De resultaten waren goed te noemen. In deze jaren
nam de regering diverse maatregelen om de landbouw te beschermen. Zo werden
teeltvergunningen afgegeven voor de verbouw van bepaalde produKten. Door het
aantal vergunningen te beperken, kon de omvang van de teelt worden
teruggebracht. Dit is ook gebeurd bij de aardbeien, gelet op de opmerking van
de burgemeester dat de teelt beperkt was. Ook in 1935 komt die beperking weer
aan de orde, waardoor uitbreiding niet mogelijk was. De Varikse tuinbouw
bestond voornamelijk uit aardbeien op de koude grond, met bevredigende
resultaten. Iets wat ook voor 1936 gold, al waren de resultaten iets minder goed
te noemen. De 'scherpe' droogte tijdens de oogsttijd - met als gevolg te snel
rijpende vruchten - zorgde in 1937 gelukkig niet voor een tegenvallende oogst.
Die van de aardbeien was nog steeds tamelijk goed te noemen.

Glastuinbouw in Varik in de jaren 1930, waarschijnlijk
van het bedrijf van Peter van de Geijn (Collectie:Wien van Driel)
In de winter van 1937-1938 begon een algemene tuinbouwcursus, voortgezet in 1938-1939 en dat met vrij veel belangstelling. Er werd in 1938 met geen woord gerept over de tuinbouw, uitgezonderd voor de kersen- en fruitoogst, die zo tegenviel dat de vele land- en tuinbouwers in ernstige financiële problemen kwamen. De steunverlening aan de kleine grondgebruikers was dan ook een noodzaak. In 1939 blijkt er binnen de gemeente 2,20 hectare beplant te zijn met aardbeien. Dat jaar werden W.B.J. Bresser, D.J. Akkermans, J. van den Heuvel, P. van de Geijn en H. van Maren vermeld als tuinbouwers. (zie 2)
DJ Akkermans was in 1939
66 jaar oud en viel als kleine tuinbouwer onder de categorie 'kleine boeren
groep B van het werkloosheidssubsidiefonds'. Door het rijk waren vanwege de
crisisjaren allerlei maatregelen getroffen om de landbouw te beschermen, onder
meer door het terugbrengen van de omvang van de teelt van diverse producten,
zoals boven al opgemerkt. Om de negatieve gevolgen hiervan voor de inkomens van
de landbouwers op te vangen, kregen deze een uitkering van het ministerie van
economische zaken. Zo werd besloten dat het toekomende steunbedrag voor 60% in
geld werd uitgekeerd. Daarnaast werden goederen in natura gegeven; tweehonderd
liter vruchtboomcarbolineum, een vergoeding in bespuitingskosten en kunstmest.
Normaliter kreeg iemand van 66 jaar of ouder het gehele steunbedrag in natura
uitgekeerd. In Akkermans' geval zou dat op enkele weken na het gehele jaar door
Hfl. 4,45 per week bedragen. Het bedrijf was echter van dermate kleine omvang,
namelijk 0,89 hectare, dat dit onzin zou zijn. Op voorstel van de burgemeester
werd daarom de 100% in natura teruggebracht tot 40% in natura en de rest in
contant geld. Zijn steunuitkering bedroeg Hfl. 4,45 (Hfl. 4,55), Van de Geijn
kreeg Hfl. 4,07 (Hfl. 5,84), Van de Heuvel Hfl. 3,62 (Hfl. 4,10), W.B.J. Bresser
Hfl. 2,05 (Hfl. 2,05) en Van Maren Hfl. 4,32 (Hfl. 4,83); tussen haakjes staan
de geschatte netto weekopbrengsten van de bedrijven. Van Maren hield sinds 1935
ook kippen. In 1939 wordt een verzoek van hem om er meer dan zestien te mogen
houden afgewezen. Deze beslissing was genomen op basis van bezoeken aan zijn
bedrijf waarbij maximaal veertig stuks waren geteld. Zelf zei hij in vroegere
jaren er circa 150 te hebben gehouden. De slechte tijdsomstandigheden hadden
hem gedwongen dit aantal in te krimpen.
Bij toeval zijn in het
Nationaal Archief een aantal steunaanvragen van Varikse tuinbouwers bewaard
gebleven, namelijk die van J. van den
Heuvel, P. van de Geijn en W.B.J. Bresser, niet die van D.J. Akkermans en H. van Maren, maar weer
wel van J. de Wit. (zie 3) Om in aanmerking te komen voor een steun moest een
formulier worden ingevuld met onder meer de gegevens over welke gewassen men
verbouwde en op welke schaal. Als we nu de belangrijkste gegevens overnemen,
dan krijgen we per persoon het volgende beeld:
Wilhelmus Bernardus
Johannes Bresser, bedrijfsgrootte 1,08 ha en netto weekinkomsten in 1941 Hfl.
4,16. Het bedrijf bestond uit 7 are bloementeelt op de volle grond, 26 are
groenteelt op de volle grond, 42 are fruitteelt en 10 are late aardappelen.
Peter van de Geijn,
bedrijfsgrootte 1,02 ha, netto weekinkomsten in 1941 Hfl. 6,03. Het bedrijf
bestond uit 300 ramen oftewel 500 vierkante meter onverwarmd platglas voor
groenteteelt, 44 are groenteteelt op de volle grond, 20 are late aardappelen, 5
are voederbieten en 3 varkens.
Johannes van den Heuvel,
bedrijfsgrootte 90 are, netto weekinkomsten in 1941 Hfl. 4,27. Het bedrijf
bestond uit 8 are late aardappelen, 6 are suikerbieten, 38 are groenteteelt op
de volle grond en 32 are fruitteelt.
Jacob de Wit,
bedrijfsgrootte 1,46 ha, netto weekinkomsten in 1938 Hfl. 4,70. Naast een koe en
een pink bestond het bedrijf uit 84 are blijvend grasland, 10 are late
aardappelen, 20 are haver, 7 are voederbieten, 14 are suikerbieten en verder
groente- en kruidenteelt.
De bewuste foto van de
Varikse glastuinbouw heeft dus vermoedelijk betrekking op het bedrijf van Peter
van de Geijn.
Bronnen
Archief gemeente Varik,
1927-1946, inv.nrs. 520-556, 846-848,943-945 en 1023 en het bevolkingsregister.
Archief Directie Land- en
tuinbouw, 1882-1957, inv.nr. 265 (Nationaal Archief te Den Haag).
De bewuste foto is afkomstig uit de collectie Wien van Driel en werd mij via bemiddeling van Alex Olzheim ter beschikking gesteld.
Noten
1. Zie: Ron van Maanen,
"Druiventeelt in Geldermalsen en Varik",
Mededelingen van
de Historische Kring
West-Betuwe, maart 2005,
p.
28 e.v.
Twee personen, Peter van de
Geyn en Jacob de Wit, waren eerder mandenmakers. Zie voor hen dan ook het
artikel: Ron van Maanen, "Een mandenmakerij in Varik rond de Eerste Wereldoorlog",
Mededelingen van
de Historische Kring West-Betuwe,
september 2005, p. 74 e.v.
2. Dirkjan Akkermans geb.
Varik 5-11-1869, ongehuwd, koopman, woonde Varik, Dijk A nr. 88.
Willem Bernardus Johannes
Bresser geb. Rhoon 18-5-1909, tuindersknecht, kwam op 8-3-1933 bij Van den Heuvel inwonen.
Verhuisde 7-8-1938 naar Varik Achterstraat A nr. 32. Op dit adres vestigde zich ook zijn echtgenote
Catharina Helena van Bennekom, geb. Rotterdam 21-7-1910, die op 2 augustus 1938 komende vanuit Rhoon
zich in Varik vestigde.
Peter van de Geyn geb.
Varik 4-9-1897, gehuwd met Luutske Monkel geb. Oudega 11-3-1903, mandenmaker
later landbouwer, woonde aan de Kerkstraat Keizerstraat A nr. 64.
Johannes van den Heuvel geb.
Varik 6-5-1882, bakker, woonde aan Varik, Molenstraat A nr. 68. Hendrik van
Maren geb. Varik 20-5-1877, gehuwd met Metje Udo geb. Dreumel 5-1-1886,
landarbeider, woonde Heesselt, Geerestraat nr. 19.
3. Jacob de Wit, geb. Varik 7-4-1897, gehuwd met Antje Broertje, geb. Ophemert 10-5-1903, mandenmaker later landbouwer, woonde Varik, Achterstraat A nr. 8.